1.   Op het gebruik van de accommodatie, zijn de voorwaarden, gesteld in de provinciale en
      gemeentelijke vergunningen en/of verordeningen van toepassing. In het bijzonder dient
      de de milieuwetgeving in acht te worden genomen.
2.  Het gebruik van een niet-vloeistof doorlatend kleed onder de motoren e.d. is verplicht.
      Het laten weg lopen van olie, smeermiddelen e.d., is ten strengste verboden. Dergelijke
      stoffen, poetsdoeken e.d. dienen in de daarvoor bestemde containers te worden ge-
      deponeerd of liever nog, meegenomen naar huis.
3.  Tijdens wedstrijden en de trainingen daarvoor, is het verboden om met cross- grasbaan-
      en speedway- motoren e.d. te rijden in het rennerskwartier. Ook tijdens reguliere trainingen
       is het verboden te rijden in het rennerskwartier.
4.  De parkeerplaats voor- en de toegangsweg (Aviaweg) naar de accommodatie is een normale
      openbare weg, derhalve dient men daar de verkeersregels in acht te nemen.
5.  Het is voor eenieder, die geen taak of functie heeft binnen de organisatie, verboden zich op
       de middenterreinen en in de publieksvrije zones te bevinden. Behalve de rijders, is het voor
       eenieder, die geen taak of functie heeft binnen de organisatie, verboden zich op de banen te
       bevinden.
6. Voor wat betreft helmen, kleding, schoeisel, handschoenen, brillen, roll-off’s, protectie, stalen
      slof e.d., zijn de betreffende KNMV-reglementen van toepassing. Voor wat betreft de technische
      eisen van de motoren e.d., zijn eveneens de betreffende KNMV-reglementen van toepassing.
7.  Het gebruik van de speedwaybaan is alleen toegestaan voor speedway-motoren, 125 cc
      special/speedway-motoren, speedway-zijspannen en 50cc miniautomaat crossmotoren
      conform de KNMV-reglementen.
8.  Een dirt-reflector is verplicht voor de speedway- en specialmotoren, conform het KNMV
       technisch reglement baansport.
9.   Op alle baansport-motoren dient een olieopvang tankje aanwezig te zijn. E.e.a. conform het
       KNMV technisch reglement baansport.
10. Het gebruik van de grasbaan is alleen toegestaan voor motoren, genoemd in het KNMV
        technisch reglement baansport.
11.  Het gebruik van banden op de grasbaan, conform het KNMV technisch reglement baansport.
       a.  T/m de 85 cc  klasse is een crossachterband toegestaan.
       b. Voor de 125 cc. klasse en zwaardere klassen is een grasbaanachterband (enduroband)
            conform het KNMV technisch reglement baansport, verplicht.
       c. Voor de 125 cc. special/speedwayklasse, de specialklasse en de grasbaan-zijspanklasse zijn
            de voorgeschreven banden, conform het KNMV technisch reglement baansport, verplicht.
12. Voor wat betreft een voorrem op de motoren, is het KNMV technisch reglement baansport
        van toepassing.
13. Iedere rijder dient minimaal in het bezit te zijn van een geldige KNMV-districtslicentie, dan
       wel een van toepassing zijnde KNMV-startlicentie.
14. Iedere rijder dient lid te zijn van MRTO, dan wel in het bezit te zijn van een geldige
       MRTO-dagpas.
15. Eenieder betreedt de accommodatie op eigen risico en is verplicht de aanwijzingen van
       het MRTO-bestuur, haar medewerkers en de dienstdoende officials op te volgen.
16. Iedere rijder rijdt volledig voor eigen risico en kan, voor de door hem veroorzaakte schade
        en/of letsel, aansprakelijk worden gesteld.
17. Door te trainen, dan wel deel te nemen aan wedstrijden op de accommodatie, verklaart iedere
        rijder dit reglement te kennen en dit te respecteren. Tevens verklaart hij daarbij MRTO noch
        haar medewerkers en officials aansprakelijk te stellen voor de gevolgen, voortvloeiende uit
        de deelname aan die trainingen en wedstrijden.
18. Het MRTO-bestuur behoudt zich het recht voor, om rijders, helpers/begeleiders en publiek,
       die zich op de accommodatie misdragen of hebben misdragen, op welke manier dan ook, te
       weren dan wel te verwijderen van de accommodatie.
19.
Waar in dit reglement wordt gesproken in de mannelijke vorm dient, in het voorkomende
        geval,  in de vrouwelijke vorm worden gesproken.
20. In situaties en/of meningsverschillen, waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur
        van MRTO.

Het bestuur